| Home |
Foto's New York |
Foto's Chicago |
Foto's Milwaukee |
Links |
Feestdagen |
Geschiedenis |
Download tips! |
Verkiezingen 2004 |
| Some facts |
Health Care |
Archives |
De
Grondwet.
De
25e mei 1787 werd er een conventie georganiseerd in Philadelphia.
Tijdens deze conventie, die vier maanden duurde werd de grondwet
gemaakt. Er waren natuurlijk grote belangentegenstellingen dus
moesten er veel compromissen worden gesloten. De
eerste jaren van de federale republiek. In
april 1789 werd George Washington, unaniem door het congres gekozen
als eerste president van de Verenigde Staten van Amerika.
Vice-president werd John Adams. De federatie had nu zijn eigen
grondwet en een president die alom hoog gewaardeerd werd. Maar veel
verder dan dat was men nog niet. De federatie had nog geen
mogelijkheden om belastingen te heffen, het leger stelde weinig voor
en de marine al helemaal niks. Om
die redenen werden door het congres al vrij snel een State
Departmenten een Treasury Department ingesteld, alsmede een
rechterlijke macht door het instellen van een oppergerechtshof en een
aantal andere rechtbanken. Dat
de federatie zichzelf ook daarna nog moest bewijzen bleek ook uit de
"Whiskey Rebellion". Deze opstand werd uitgelokt door het
heffen van belasting op whiskey door de federalist Hamilton. Wat
was het geval? In Pennsylvania was sprake van een groot
graanoverschot. De boeren gebruikten dat graan om whiskey te stoken.
In 1794 kwamen zij in opstand tegen de gevestigde federale macht,
omdat zij de stevige accijns op de whiskey niet wensten af te dragen.
George Washington mocht nog een keer uitrijden met zijn leger om de
opstand neer te slaan. In
1796 was het de beurt aan John Adams om te worden gekozen als
president. Adams was een federalist. Zijn grootste verdienste was wel
volgens Davis11,
dat hij een oorlog met Frankrijk wist te vermijden terwijl de
mogelijkheid daarvan erg groot was.
er
was de ervaring van de onafhankelijkheidsoorlog, en die was nou
niet bepaald goed te noemen; Engeland
had een aantal handelsbelangen op het Amerikaanse continent. Een
oorlog zou deze belangen schaden. Bovendien
hadden de Britten hun handen al vol aan dat kleine mannetje aan de
overzijde van het kanaal. 1Zie
(...) 2Andries
Nederlanders in Amerika blz. 10-11 3An
outline of American History 4(Wereld
in wording - Novem; Van Goor en zonen, Den Haag, 1963; Deel
2 blz. 209. 5Zie
(...) 6Zie
Tindall 7(American
History; Ran K. Williamson e.a.) 8(Tindall
blz. 216)
9(zie
American History) 10(Tindall
blz. 268) 11Davis,
Kenneth C., Don't know much about history Everything You need to
know about American history but never learned, HarperCollins, New
York, 2001, p. 99.
Er was sowieso de tegenstelling grote
staten-kleine staten.
En ook was er
de belangentegenstelling tussen het Noorden en het Zuiden aangaande
de slavernij.
Omdat de staten bang waren dat hun macht teniet
gedaan zou worden door een centrale federale regering eisten zij een
aantal amendementen op de constitutie alvorens deze te
ratificeren.
De beroemde Bill of Rights bevat de eerste tien
amendementen op de grondwet.
De ondertekening van de grondwet
Belangrijke onderdelen van de
grondwet.
Er zouden twee vertegenwoordigende lichamen
worden gekozen, de Senaat en het Huis van Afgevaardigden (House of
Representatives). Samen zouden zij het Congres vormen.
De Senaat
wordt gekozen volgens het principe van de gelijke vertegenwoordiging;
Elke staat kiest twee senatoren. Omdat er tegenwoordig 50 staten
bestaan kent de Senaat nu dus honderd leden. Om de twee jaar zijn er
verkiezingen voor eenderde deel van de senaat. Een senator wordt dus
voor zes jaar gekozen.
Het Huis van Afgevaardigden wordt gekozen
volgens het principe van de evenredige vertegenwoordiging. En dat
gebeurt om de twee jaar! De president wordt voor vier jaar gekozen
door het college van kiesmannen. Elke staat heeft net zoveel
kiesmannen als het aantal vertegenwoordigers dat de staat in het
Congres (Senaat + Huis van Afgevaardigden) heeft. De grondwet van
1787 kende geen beperking van het aantal ambtstermijnen. Toch slaagde
na George Washington geen enkele president erin om langer dan acht
jaar aan het bewind te blijven. Pas in 1951 werd besloten dat een
president slechts een keer herkozen kon worden.
Iemand die het
daar niet mee eens was, was Ronald Reagan.
De president bezit
een zeer grote uitvoerende macht. Hij beschikt over een veto-recht,
met betrekking tot de door het Congres aangenomen wetten. Dit
veto-recht kan weer worden overruled door een tweederde meerderheid
in beide huizen.
Hij is ook opperbevelhebber van de
strijdkrachten (commander-in-chief).
Hij kan diplomaten, rechters
en andere ambtenaren benoemen met toestemming van de senaat.
De
ministers zijn alleen verantwoording schuldig aan de president, niet
aan het congres.
De president kan zelf wetsvoorstellen
indienen "(...), a provision which president eventually would
take as a mandate to form and promote extensive programs."
10
Elk
jaar moet de president verslag doen van de "toestand van het
land" (State of the Union).
De president kan ook afgezet
worden. Het huis van afgevaardigden kan hem "impeachen"
(aanklagen) wegens verraad, omkoping of andere grote of kleine
misdaden (high crimes or misdemeanors).
Na verloop van tijd
werden de tegenstellingen tussen de federalisten, die voor een sterke
centralistische regering waren, en de anti-federalisten steeds
duidelijker Deze tegenstellingen droegen de kiem in zich van het
latere tweepartijenstelsel.
De
aanloop tot de oorlog van 1812.
In het begin van de 19e eeuw, tijdens de Napoleontische oorlogen bleef
Amerika, nu onder president Jefferson, angstvallig neutraal.
Jefferson was een "democratic republican". De doelstellingen van de de democratic republicans waren onder meer:
- een democratische agrarische samenleving.
- individuele vrijheid
- een niet centraal geregeerde republiek.
Hij was een anti-federalist. De federalisten streefden naar een sterkere centrale federale overheid.
Zij waren vooral de belangenbehartigers van de industrie en handel.
De anti-federalisten waren tegen een sterke centrale overheid en voor de zogenaamde "States rights";
de macht moest bij de afzonderlijke staten liggen.
Jefferson was ook de president die Louisiana van de Fransen kocht voor 15 miljoen dollar.
Tijdens zijn presidentschap bloeide de economie. In 1804 werd hij dan ook herkozen, en ook tijdens zijn tweede
ambtstermijn probeerde Jefferson Amerika buiten de oorlog tussen Engeland en Frankrijk te houden.
In 1809 werd Jefferson opgevolgd door James Madison, die algemeen wordt gezien als de belangrijkste
grondlegger van de Amerikaanse grondwet.
Verschillende ontwikkelingen waren al voor Madisons presidentschap gaande die uiteindelijk aanleiding
zouden geven voor een oorlog.
1. De controle van de Amerikaanse koopvaardijschepen door de Britse Marine.
De zeer jonge natie had nog geen sterk leger, en de vloot was al
helemaal zwak. Dit in tegenstelling tot de Britse vloot die werkelijk
enorm was. De behandeling van de Britse zeelieden was over het
algemeen echter erg slecht, met als gevolg dat veel Engelsen
deserteerden en aanmonsterden op Amerikaanse schepen. Om die reden
werden Amerikaanse koopvaardijschepen vaak aangehouden door de Britse
marine. Deze controles werden door de Amerikanen als vernederend
ervaren. Niet alleen werden vaak Britse onderdanen van de schepen
gehaald, maar ook Amerikanen werden meegevoerd. Dit alles leidde
natuurlijk tot wrijving tussen de twee landen.
2. De belemmering van de Amerikaanse handel door de Frans-Britse oorlog
De Engelsen en de Fransen probeerden elkaar te treffen door het voeren
van een handelsoorlog. Beide landen wierpen fysieke blokkades op. Zij
onderschepten elkaars schepen, en namen de lading in beslag.Dat
betekende echter ook dat de Amerikaanse commerciele belangen werden
geschaad. In de geblokkeerde zones was ook het handeldrijven voor
andere naties vrijwel onmogelijk geworden.
Ook om die reden werden dus vaak Amerikaanse schepen aangehouden door de
Engelsen. Nu werd echter veelal de lading in beslag genomen.
3. De wens om Canada te veroveren.
Een andere factor van belang was het ordinaire verlangen naar
landuitbreiding. De Amerikaanse oorlogshaviken zoals ze door anderen
in het congres werden genoemd lieten een begerig oog op Canada
vallen. En de verovering van Canada kon alleen bewerkstelligd worden
door de Engelsen uit Noord-Amerika te verdrijven.
De Engelsen aan de andere kant waren helemaal niet zo in voor een
oorlog. Daar waren meerdere redenen voor:
In 1812 verklaarden de Amerikanen, nu onder leiding van president
Madison, de oorlog aan Engeland. Achteraf stelt vrijwel iedereen dat
het een oorlog was die eigenlijk nergens over ging. Zinloos geweld
heet dat tegenwoordig, geloof ik. En, zoals wij inmiddels weten zijn
de Amerikanen er niet in geslaagd de Britten Canada uit te werken.
Logisch, want daar waren ze nog veel te zwak voor.
Wel
wordt door veel historici de oorlog gezien als een samenbindend
element, een versterking van het nationale Amerikaanse gevoel, en dus
ook een versterking van de Verenigde Staten als natie.
In
december 1814 werd de vrede van Gent gesloten. De vrede
kwam er op neer dat beide partijen hun belangrijkste eisen lieten
vallen, en dat er dus door de oorlog weinig wezenlijks was veranderd.
Behalve dan natuurlijk dat er duizenden gezinnen in rouw waren
gedompeld, in Engeland en in Amerika.
Madison was president tot 1816, in welk jaar hij werd opgevolgd door Monroe.
President Monroe (1816-1824) is vooral de geschiedenis ingegaan als de grondlegger van
de Monroe-doctrine. Dit is onterecht. De doctrine draagt dan weliswaar zijn naam, edoch het is John Quincy Adams die de geestelijke vader is. De "Adams doctrine" was dus een betere naam geweest.
De roemruchte Monroe doctrine kwam er feitelijk op neer dat Europa zijn handen moest afhouden van de Nieuwe Wereld (Noord- en Zuid-Amerika) moest afblijven. De Verenigde Staten eisten een machtsmonopolie op in hun eigen "achtertuin". Sinds die tijd hebben de VS dan ook de lakens uitgedeeld in Zuid-Amerika.
Monroe's opvolger was Adams. Hij won de verkiezingen van 1824, hoewel de popular vote naar Andrew Jackson ging.
Om de analogie met de verkiezingen van 2000 door te trekken: Adams werd door zijn tegenstanders beschuldigd van omkoping.
In 1828 haalde Andrew Jackson zijn gram door de verkiezingen op overweldigende wijze te winnen.
Jackson was een kandidaat van de "Democratische Partij", die anti-federalistisch was.
Jackson was een groot voorstander van de Unie, en tolereerde geen uitstappers.
Hij was een uitgesproken vijand van rijke speculanten, monopolies, en ook grote banken.
Als het gaat over de regeerperiode van Jackson wordt ook wel gesproken van de "Jacksonian sweep to democracy".
De kring van kiesgerechtigden werd verbreed. Het passieve kiesrecht was niet meer alleen
verbonden aan eigendom.
Hij streed voor vrije publieke scholen.
En... onder zijn bewind kwamen de goedkope kranten op, de zgn. "penny papers", en ook goedkope
tijdschriften maakten opgang.
Men moet zich echter van die "zwaai naar demokratie" niet al te veel voorstellen. In die
tijd telden vrouwen, zwarten en indianen nog steeds niet mee.
Hij kon dan wel in zijn vaandel voeren dat het volk moest regeren, maar zo'n lekker ventje was het nou ook weer niet! Wat de indianen betreft: Jackson was zeer bedreven in etnische zuivering. Door het verjagen van Indianen uit door Amerikanen begeerde gebieden, en een beleid gericht op uitroeiing. Niet alleen de Europeanen die thuis bleven, maar ook de Europeanen die naar Amerika waren overgestoken wisten hoe ze een endlosung in gang moesten zetten. Amerika kreeg zijn eigen holocaust.
Jackson was tevens de president die Florida veroverde zonder enige ruggespraak te houden.
Wel moet hem worden nagegeven dat hij niet zo heel veel partijgenoten in de regering benoemde.
Geen man van vriendjespolitiek dus.
Na Jackson werd onze eigenste Marin van Buuren (of is het Buren?) president (1836). Onder Jackson was hij Secretary of State.
In 1841 begint het presidentschap van William Henry Harrison. Op 4 april 1841 eindigt het omdat hij bezwijkt aan een longontsteking.
John Tyler, vice-president volgt hem op. Onder zijn presidentschap werd Texas geannexeerd. (1843)
De annexatie van Texas en wat daaraan vooraf ging.
In de eerste helft van de negentiende eeuw trokken Amerikaanse pioniers en handelaars steeds verder naar het westen. Texas en Californie kregen een grote stroom "immigranten' te verwerken.
Beide gebieden waren toen nog Mexicaans.
Mexici probeerde de grens te sluiten door deze te laten bewaken door het leger, maar in 1835 woonden er al zo'n 30.000 Amerikanen in Texas. Met deze groei van het Amerikaanse volksdeel groeide ook het verlangen naar een eigen staat.
Toen de Mexicaanse generaal Santa Anna in 1934 een dictatuur uitriep kwamen de Texanen in opstand.
In 1836 werd de missiepost "The Alamo" aangevallen door een troepenmacht van ongeveer 4000 Mexicaanse soldaten.
Slechts 187 Texanen verdedigden de missiepost, maar zij wisten toch nog even 1500 Mexicanen om te brengen voordat zij zelf het loodje legden. In de Amerikaanse geschiedenisboeken wordt de slag van Alamo altijd nog uitgebreid gememoreerd, en de verdedigers van de post worden nog steeds geeerd als helden.
Bij de gesneuvelden hoorden ook de Amerikaanse helden Davy Crocket (die man met die bevermuts op) en Jim Bowie, de uitvinder van het Bowie mes.
In april van datzelfde jaar werd tijdens een aanval op een Mexicaanse troepenmacht Generaal
Santa Anna zelf gevangen genomen. Die moest toen wel een verdrag ondertekenen waarin Texas
onafhankelijk werd verklaard.
Texas was nu wel onafhankelijk van Mexico, maar bij de Texanen was de wens toch wel groot
om bij de VS te mogen horen. In 1843 werd na geheime onderhandelingen tussen de VS en Texas
een verdrag gesloten dat Texas tot onderdeel maakte van de Unie.
Dit verdragmoest echter nog wel even worden geratificeerd door de senaat.
En dat zou niet zonder slag of stoot. gaan gebeuren, zoveel was wel duidelijk.
De inlijving van Texas was een "divisive issue". Deze inlijving zou namelijk volgens veel
Amerikanen een uitbreiding van de slavernij betekenen, omdat de nieuwe staat nog slavernij
kende.
Bovendien waren velen ook bang voor een oorlog met Mexico.
Om die redenen werd een annexatie van Texas dan ook door een meerderheid van de senaat
afgewezen.
Een nieuwe president
Tijdens de verkiezingscampagne voor een nieuwe president bleek echter het expansionisme
erg populair te zijn. De expansionisten hadden het streven naar annexatie van Texas gekoppeld aan de wens tot inlijving van Oregon, dat toen nog in handen van de Britten was.
James K. Polk, de kampioen van de expansionisten werd, toch vrij verrassend, winnaar van de democratische conventie. Blijkbaar was de steun voor de uitbreidingsplannen groot binnen de partij.
Polk was voor annexatie van Texas en Oregon (dat laatste hield natuurlijk het risico van een nieuwe oorlog met Engeland in). Maar ook wilde hij Californie en Nieuw Mexico bij de VS voegen. Beide gebieden waren in handen van Mexico.
Een andere belangrijke stellingname was zijn standpunt met betrekking tot de slavernij.
Polk was een voorstander van de instandhouding van de slavernij. Afschaffing ervan kon volgens hem tot gevolg hebben dat de Unie uit elkaar zou vallen.
De resolutie betreffende de annexatie van Texas werd vrij snel door het congres en de senaat geloodst. Dat was niet alleen mogelijk doordat een tweederde meerderheid niet meer nodig was. (De expansionisten hadden weten te bereiken dat er slechts een eenvoudige meerderheid nodig was in beide huizen.) Maar bovendien waren de volksvertegenwoordigers ook behoorlijk beinvloed door het verloop van de verkiezingen, en hen was wel gebleken dat de wind in Amerika uit een expansionistische hoek woei. De slavernij kwestie bleek ineens minder belangrijk te zijn.
De expansionisten stevenden af op een oorlog met zowel Mexico als Engeland.
Dat Oregon vrij gemakkelijk in Amerikaanse handen viel was meer geluk dan wijsheid..
Toen de Amerikanen hun eisen steeds hoger opschroefden, bleek dat Engeland eigenlijk
helemaal niet meer zo geinteresseerd was in die lap grond aan de overzijde van de grote plas.
Zij hadden trouwens Canada ook nog. Een verdrag was dus snel gesloten. Een verdrag dat inhield
dat Engeland zich terugtrok uit Oregon.
De oorlog met Mexico 1846-1848.
De Mexicaanse regering was het er natuurlijk helemaal niet mee eens dat Texas werd geannexeerd. Helaas was er niet zoveel tegen te doen. Maar Polk en de expansionisten wilden dus meer, en daarvoor was wel degelijk een oorlog nodig.
Na eindeloze provocaties door de V.S. vond er dan eindelijk een treffen plaats tussen Mexico en de VS waarbij een aantal Amerikanen gedood werd. Eindelijk een aanleiding voor Polk om een oorlogsverklaring uit te vaardigen. De oorlog die volgde was een ordinaire landveroveringsoorlog.
Hoewel zowel Amerika als Mexico eigenlijk slecht waren voorbereid op een oorlog was de oorlog een walk over voor het veel beter getrainde en uitgeruste leger van de Amerikanen. Twee jaar en duizenden doden en gewonden later, hadden de Amerikanen Texas, Californie, Nevada, Utah, Arizona en Nieuw-Mexico in hun bezit.
De meest succesvolle generaal uit die oorlog, Generaal Zachary Taylor, verdreef James
K. Polk uit het Witte Huis, bij de verkiezingen van 1848.
Het voorspel tot de burgeroorlog.
De oorzaken voor de latere burgeroorlog tussen Noord en Zuid waren eigenlijk al aanwezig bij het aantreden van James K. Polk als president.
In het Noorden was al vrij veel oppositie tegen de slavernij, maar de strijd tegen de slavernij begon pas echt vorm te krijgen met de oprichting van een brede coalitie door drie verschillende partijen. De Liberty Party, de Whigs (die tegen de slavernij waren) en Democraten die zich keerden tegen de gevestigde partij-orde.
Zij richtten de Free Soil coalitie op die erop gericht was te voorkomen dat de slavernij ook uitgebreid zou worden naar het Noorden.
In dezelfde periode gooiden de democraten de onafhankelijkheidsverklaring uit hun geloofsartikelen (1844).
Het zuiden was voor slavernij, en wilde de slavernij ook uitbreiden naar de nieuwe op Mexico veroverde gebieden, zoals Texas, Californie en Nieuw-Mexico. De oorzaak daarvan was de behoefte aan nieuwe gebieden om katoenplantages te beginnen. De verbouw van katoen put namelijk de grond uit, en als men wilde doorgaan met de almaar groeiende katoeproductie, dan moest nieuw land veroverd worden, en in dat nieuwe land moest het houden van slaven natuurlijk toegestaan zijn, want slaven waren nodig op de katoenplantages. Rond 1850 leverde het zuiden meer dan 80% van de wereldkatoenproductie!
In het kort kwam het dus hierop neer: het Noorden wilde afschaffing van de slavernij (redenen?) en het zuiden wilde uitbreiding van de slavernij.
In 1820 was al het Missouri compromis gesloten, om een burgeroorlog tussen Noord en Zuid te voorkomen. Wat was dat roemruchte Missouri compromis nu? Waar ging het over?
Toen Illinois in 1818 als staat werd toegelaten tot de Union waren er 11 noordelijke "vrije" staten
en 10 zuidelijke slavenstaten. Er was dus bijna een balans, en in 1820 zou Alabama als 11e slavenstaat worden toegelaten. Echter, tegelijkertijd met Alabama wilde ook Missouri worden toegelaten, en dat riep een hoop tegenstand op in het Noorden. Missouri mocht alleen worden toegestaan als een zogenaamde "free" state. Het zuiden was natuurlijk falikant tegen, en de spanningen liepen hoog op. Dankzij de bemiddeling van Henry Clay werd een compromis bereikt. Missouri werd toegelaten als een "slave state" De balans werd echter in stand gehouden doordat Maine een zelfstandige staat in het Noorden werd. Een "free state" uiteraard.
Verder werd afgesproken dat er ten noorden van de Missouri geen slavernij toegestaan zou worden.
In feite betekende dat dat het Zuiden geen gelegenheid meer zou krijgen om de slavernij uit te breiden naar andere gebieden in de States.
Maar dat kwam allemaal ineens heel anders te liggen natuurlijk toen er een omvangrijk aantal gebieden werd toegevoegd aan de VS aan het einde van de Oorlog met Mexico. Dat Texas als een "slave state" kon toetreden was mogelijk omdat de slavernij daar al geruime tijd bestond.
Maar hoe moest het nu met Californie, New Mexico en Utah. Die staten kenden nog helemaal geen slavernij.
Zoals te verwachten was stonden Noord en Zuid in deze weer diametraal tegenover elkaar.
In 1850 werd een nieuw compromis gesloten, weer door bemiddeling van Henry Clay.
Uiteindelijk werd afgesproken dat in Californie slavernij niet toegestaan werd,
maar in de andere gebieden die op Mexico veroverd waren zou het "het volk" beslissen
over wel- of niet invoering van de slavernij. Ook werd een fugitive slave law aangenomen
die onder meer voorzag in een verbeterde opsporing en uitlevering van gevluchte slaven aan
hun "meesters".
Maar de tegenstelling tussen Noord en Zuid bleef natuurlijk bestaan. De fugitive slave
law werd door veel Noorderlingen als een walgelijk gewrocht ervaren, en er ontstond veel
oppositie tegen de wet. De "underground railroad" werd steeds doeltreffender als vluchtroute,
en gevluchte slaven werden op allerlei manieren geholpen.
De slavernij kwestie was de splijtzwam van de Unie geworden.
In 1860 wint Abraham Lincoln (Republikein) de verkiezingen met slechts 39% van de
"popular vote". Hij wint alle Noordelijke staten.
Zijn verkiezingsoverwinning leidde tot een afscheiding van de zuidelijke staten.
South Carolina (1860) scheidde zich vrijwel onmiddellijk na de verkiezingen af.
Later gevolgd door Georgia, Alabama, Florida, Louisiana en Mississippi.
Zij vormen samen de Confederate States of America, met een eigen grondwet en een
eigen president. Later traden ook North Carolina, Texas, Virginia en Tennessee toe.
De eerste president is Jefferson Davis.
De Burgeroorlog
Het noorden was fel gekant tegen een afscheiding van het zuiden. Het zou tenslotte een
het einde van de Verenigde Staten betekenen!
Gezocht moest dus worden naar een aanleiding om de Confederate States de oorlog te verklaren,
en dat was niet zo moeilijk.
Na hun afscheiding hadden de confederate states alle federale eigendommen binnen
hun staatsgrenzen geconfisceerd, wat natuurlijk logisch was. Zij waren nu zelfstandig,
en het federaal gezag bestond dus niet meer.
Twee forten in het zuiden bleven echter in handen van de federatie, omdat de troepen
trouw bleven aan de federatie. Het ging om Fort Sumter in Zuid Carolina en Fort Pickens in Florida.
Deze forten werden voor de afscheiding periodiek van nieuwe voorraden voorzien.
Dat zou na de afscheiding natuurlijk niet meer getolereerd kunnen worden door de Confederatie.
Toch gaf Lincoln het bevel om nieuwe voorraden te brengen naar Fort Sumter.
De confederacy eiste dat fort Sumter geevacueerd zou worden, en toen dat geweigerd werd opende het leger van de Confederale Staten het vuur.
De burgeroorlog was begonnen. Het zuiden kon als aggressor aangemerkt worden.
Hoewel de zuidelijke staten optimistisch waren over het verloop van de oorlog zouden ze
uiteindelijk aan het kortste eind trekken. Het was dan wel zo dat zij bij de aanvang van de
oorlog over de beste generaals beschikten zoals Robert E. Lee, en dat zij een
verdedigingsoorlog konden voeren, maar het Noorden had veel meer inwoners, een sterke
industrie, en was ook over het algemeen veel welvarender dan het zuiden.
het Noorden telde 23 miljoen staten en 22 miljoen inwoners, terwijl het zuiden 11 staten
telde en negen miljoen inwoners.
In het begin van de oorlog geloofden velen dat de oorlog in korte tijd beslist zou worden,
maar in werkelijkheid lag het anders.
De zuidelijken behaalden een aantal overwinningen maar dat betekende niet dat zij greep
kregen op het verloop van de oorlog.
De blokkade van de havens van de confederatie door het Noorden maakte na verloop van tijd de
uitvoer van katoen naar Europa vrijwel onmogelijk, evenals de import van wapens en andere belangrijke zaken.
Hoewel de overwinningen van het zuiden talrijk waren, slaagden zij er uiteindelijk niet
in om de steun en diplomatieke erkenning te krijgen van de Europese landen, die zo broodnodig
was.
Duidelijk was dat de Noordelijke troepen langzaam maar zeker de overhand kregen.
De eerste belangrijke nederlaag werd geleden in Gettysburg, waar de troepen van Lee werden
teruggedreven. Het was een van de bloedigste veldslagen van de oorlog die in totaal 600.000
doden zou eisen, om niet te spreken van het aantal gewonden en de overige ellende.
Het leger van het Noorden groeide in kracht en uiteindelijk moest Lee zich op 9 april 1865 overgeven; het einde van de
Civil War.
TERUG NAAR GESCHIEDENIS DEEL I
zevenjarige
oorlog